vrijdag 10 mei 2013

Verder kijken dan een neus lang


Onder die titel verscheen in het meinummer van De Psycholoog een recensie van Over de grenzen van disciplines (klik hier voor de lange versie van deze recensie). De bespreking werd geschreven door de psycholoog Nico Metaal, die ooit tekende voor het veelomvattende boek Psychologie: De stand van zaken. Metaal constateert dat binnen de opleidingen sociale wetenschappen de aandacht voor reflectie over fundamentele vraagstukken is geminimaliseerd: 'De meeste docenten zijn er niet meer voor geëquipeerd, en de meeste studenten zijn er niet in geïnteresseerd.' Hij verwelkomt Over de grenzen van disciplines als 'een boek tegen de tijdgeest in'. Tegelijkertijd zijn er redenen om niet vrolijk te worden van het boek, aldus Metaal: 'Dat ligt niet aan de auteur, maar aan de onmacht van de sociale wetenschappers' - onmacht om vooruitgang te bewerkstelligen ten aanzien van de centrale vraagstukken van de sociale wetenschappen (methodologie, wetenschap en praktijk, en het doorbreken van disciplinegrenzen).

De voornaamste kritiek van Metaal geldt de hoge informatiedichtheid van het boek. Die vraagt veel van de lezer en leidt soms tot duizelingen. Per saldo oordeelt Metaal echter positief: 'Abma heeft een geloofwaardig, boeiend en prettig leesbaar betoog geschreven over kwesties die verder gaan dan de neus van de doorsnee sociale wetenschapper lang is. Hij problematiseert, brengt nuances aan, poneert zijn mening, en lokt impliciet de lezer uit om het desgewenst met hem oneens te zijn.'  De gemiddelde sociale wetenschapper zal het misschien een zorg zijn wat er buiten de eigen discipline gebeurt zolang hij of zij daarbinnen erkenning vindt maar, zo schrijft Metaal, dat laat onverlet dat 'studenten, wetenschappers en vakbeoefenaren die de vorming tot intellectueel van weleer hebben moeten missen, met dit boek een stimulerend begin kunnen maken zich in de breedte en de diepte bij te spijkeren'.

Wat mij betreft is dit de spijker op de kop: achter Over de grenzen van disciplines gaat een buitengewoon rijke internationale literatuur schuil over de geschiedenis van en de huidige stand van zaken in de sociale wetenschappen (zie de uitgebreide bibliografische notitie in het boek). Het boek is dus eerder een aansporing tot verder studeren dan een laatste woord. Het klimaat binnen de sociaalwetenschappelijke opleidingen is voor dat 'verder studeren' momenteel niet erg gunstig: de tijd is kort en de programma's zitten vol met verplichte onderdelen die niet erg uitnodigen tot reflectie op het vak.

Toch moet het gebeuren. Sinds de affaire-Stapel is er veel onrust in de sociale wetenschappen en niet alleen binnen de sociale psychologie. Allerwegen wordt er opgeroepen tot bezinning op de gangbare onderzoeks- en publicatiepraktijken, maar de meningen over hoe het verder moet zijn verdeeld. Bij fraudegevallen gaat men, na uitdrijving van de fraudeur, het liefst zo snel mogelijk over tot de orde van de dag, maar dat lijkt in dit geval minder gemakkelijk. In mijn boek De publicatiefabriek, dat op 30 mei a.s. verschijnt, laat ik zien waardoor dat komt: de affaire-Stapel heeft enkele open zenuwen geraakt in de sociale wetenschappen.
 




maandag 10 september 2012

Uitdaging

Een van de meest vervelende dingen die je als docent kan gebeuren, is dat studenten in de evaluatie van je cursus opmerken dat ze 'te weinig uitdaging' hebben gekregen. Je weet nooit precies wat dat betekent, maar het houdt in ieder geval in dat de koppeling tussen de cursusinhoud en de gedachtenwereld van de student onvoldoende tot stand is gekomen. Een cursus die het wetenschapsbedrijf zelf tot onderwerp heeft zit al snel in de gevarenzone.

Hoe maak je studenten enthousiast voor wetenschapsfilosofie en wetenschapsgeschiedenis, hoe bereik je dat ze zelf aan het werk gaan met de stof? In de cursus Over de grenzen van disciplines heb ik de afgelopen tien jaar gezocht naar een goede formule. Daarbij was er één grote beperking: ik kan bij deze cursus geen werkgroepbijeenkomsten aanbieden. Alle contact verloopt dus via de hoorcolleges, Blackboard en e-mail. Het vraagt van beide partijen extra inzet om dan toch een productieve interactie tot stand te brengen. Als studenten vooraf de stof lezen en de docent zich bereid toont tijdens het college vragen te beantwoorden, ben je al een heel eind.

Maar belangrijker is de inhoud. Waarom zouden we een cursus niet beschouwen als een vorm van onderzoek? Dat betekent dat je in een aantal stappen probeert een centrale vraag te beantwoorden, gebruik makend van kennis die in de wetenschappelijke literatuur voorhanden is. In Over de grenzen van disciplines is die vraag: hoe staat het ervoor met de sociale wetenschappen? Wat hebben ze in de pakweg honderd jaar van hun bestaan bereikt, en welke problemen moeten ze de komende honderd jaar zien op te lossen? Zeker op die laatste vraag is geen eenduidig antwoord te geven, maar het is spannend en nuttig om het te proberen. Dat doe ik in het gelijknamige boek.

Over de grenzen van disciplines is niet alleen geschreven voor studenten, het is geen 'leerboek'. Het gaat over de grondvragen van de sociale wetenschappen, bezien door de bril van wetenschapsonderzoekers. Iedere lezer kan hier zijn of haar eigen vragen, twijfels, dilemma's, fantasieën en voorkeuren aan vastknopen, erover nadenken, in discussie gaan, enzovoort. Dat geldt zowel voor studenten als voor 'gevorderden'. Blijkens de reacties tot nu toe ben ik in deze opzet aardig geslaagd. Maar het kan altijd beter. Zowel het boek als de cursus Over de grenzen van disciplines zijn werk in uitvoering, en tijdens de bouw kunnen verbeteringen worden aangebracht. Wie iets op te merken heeft, is bij deze uitgenodigd mij hierover te e-mailen. Ook ik laat me graag uitdagen.

dinsdag 26 juni 2012

Te mooi om waar te zijn

Een aantal jaren geleden bleek uit sociaalpsychologisch onderzoek dat de eerste letter van iemands voornaam significant samenhangt met iemands woonplaats: mannen met de naam Dennis wonen meer dan gemiddeld in Denver. Uit een volgend onderzoek bleek dat dit ook opgaat voor beroepen: Dennis is vooral ‘dentist’. Deze – mogelijk door een falend geheugen binnengebrachte – associatie kreeg ik bij het lezen over het wetenschappelijke wangedrag van een ‘Vlaamse hoogleraar’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze Dirk Smeesters heeft namelijk dezelfde initialen als Diederik Stapel. Dat is niet de enige overeenkomst: hij is net als Stapel een sociaalpsycholoog die zich met consumentengedrag bezighoudt, en heeft bovendien ook aan de Universiteit van Tilburg gewerkt. Komt allemaal door die initialen.


Nu even serieus. Smeesters heeft geen gegevens verzonnen, maar gegevens weggelaten. Dat is iets heel anders, vindt hij. Hij suggereert dat dit een praktijk is die vrij gewoon is: ‘Er is een groot grijs gebied wat je wel meldt en wat niet. Er zijn ook geen regels voor.’ Daarvan is hij nu het slachtoffer geworden: ‘Dat ik nu zo neergezet wordt, doet pijn’ en ‘Ik ben geen Stapel’. Er moeten dus betere regels komen, vindt hij. Evenzo beluister je bij autoriteiten in wetenschapsland dat wetenschappers meer doordrongen moeten raken van de eisen van integriteit. In wetenschappelijke opleidingen moet daar meer aandacht voor komen. Dat vond men aan de Universiteit van Tilburg ook, jaren geleden al. Het ethiekonderwijs werd bij de psychologen toevertrouwd aan een stijgende ster: Diederik Stapel. Die wist dus best wat er wel en niet mag. Dat garandeert klaarblijkelijk geen integriteit in het eigen wetenschappelijk handelen.

Wat maakt dat onderzoekers de grenzen van fatsoenlijke wetenschap overschrijden? Aan de basis ligt de vervanging van kwaliteit door kwantiteit. Het is niet meer de inhoud die telt, maar de score. De wetenschappelijke publicatie is een massaproduct geworden. Zij wordt geteld en in citatienetwerken opgenomen, maar niet of nauwelijks serieus bestudeerd (dat is bij de huidige massafabricage ook amper mogelijk). Zelfs peer reviewers komen aan het lezen van de hen voorgeschotelde kopij onvoldoende toe. Hoe konden zij anders resultaten die ‘extremely unlikely’ of ‘very implausible’ zijn (volgens de commissie-Levelt) zo massaal over het hoofd zien? Het is kennelijk een dunne scheidslijn tussen ‘mooie’ resultaten en uitkomsten die ‘te mooi’zijn om waar te zijn.

Tijdschriften, onderzoekers, universiteiten en geldschieters hebben elkaar in een dodelijke greep. Wie vooruit wil in de wetenschap moet productie maken. Hoe meer productie, hoe beter de wetenschap. Gelooft u het? Zo ja, neem dan vooral niet de kortste weg naar het scorebord. Zo nee, durf dan eens wat minder te publiceren, en mik in de eerste plaats op kwaliteit, naar de inhoudelijke normen die in uw vakgebied een lange traditie hebben en theoretisch diep geworteld zijn.

dinsdag 29 mei 2012

Aandacht

Wie een boek publiceert krijgt in het gunstige geval een golfje aandacht vlak na de publicatie. Daarna wordt het stil. Dan is het wachten op recensies in de vakpers, en dat duurt nogal eens. En soms gebeurt er niets. Bij Over de grenzen van disciplines word ik met enige regelmaat verblijd met e-mails van lezers die vrijwel zonder uitzondering enthousiast zijn (mijn e-adres staat voor in het boek, met het verzoek te reageren als men iets vindt van het boek). Recensenten zijn uiteraard kritischer, en dat is prima. Zo schreef de socioloog Jurre van den Berg, werkzaam aan de VU, een uitgebreide recensie voor Sociologie Magazine. Hij ziet weinig in interdisciplinariteit, maar weet verder wel waardering voor het boek op te brengen. Lees de recensie hier.
                                              

donderdag 5 april 2012

Nieuw gezicht van de wetenschap

Vorige week ontstond er opschudding binnen de KNAW, het anders zo deftige, en volgens sommigen zelfs stoffige genootschap dat de Nederlandse wetenschap representeert. De geesteswetenschappers zijn boos dat er na Robbert Dijkgraaf opnieuw een bèta, de Utrechtse stamcelbioloog Hans Clevers, president  van de KNAW wordt. Er is echter een ander probleem met Clevers. Lees verder...

Recensie op bol.com

Jan Willem de Zeeuw, werkzaam aan het Alleato Centrum voor sociale vraagstukken, publiceerde op bol.com de volgende recensie van Over de grenzen van disciplines:

Abma gaat in dit boek in op de plaats van de sociale wetenschappen, tussen natuur en geesteswetenschappen. Een makkelijk leesbaar boek, dat een goed overzicht geeft van stromingen in de wetenschap. Kernvragen zijn hoe de sociale wetenschappen zich verhouden tot de culturen van alfa en bèta, tot de maatschappij en wat is de stand van zaken met betrekking tot de integratie van mens- en maatschappijwetenschappen, de micro-macrolink? Zijn pleidooi is om de intellectuele functie van de sociale wetenschappen te versterken. De universiteit is een plaats waar de kruising van verschillende soorten kennis kan en moet plaatsvinden. Een driedubbele opdracht: (1) wetenschappelijke deskundigheid waarborgen en ontwikkelen (2) de wetenschapsbeoefening zelf kritisch onderzoeken en wijsgering integreren en (3) de resultaten confronteren met hun maatschappelijke implicaties en consequenties. Interessant ook de belofte van complexiteitstheorieën voor de toekomst van de sociale wetenschappen.
Pluspunten: Overzichtelijk, Heldere boodschap
Minpunten: te voorzichtig in stellingname
 
Desgevraagd verklaarde de recensent over het genoemde 'minpunt': 'Bij nader inzien is mijn woordkeus niet helemaal juist. Voorzichtig moet je lezen als: genuanceerd. Je besluit het boek, dat ik met veel plezier gelezen heb, met vragen. In mijn eigen samenvatting kom ik bijvoorbeeld dit tegen:  Abma vraagt zich vervolgens af of we toch niet de voorkeur moeten geven aan de phronèsis, de praktische wijsheid van Bent Flyvbjerg? 
Niettemin was het voor mij een informatief boek.'
Ik antwoordde daarop:
Ja, je zou kunnen denken dat dat een retorische vraag is. Het is echter eerder 'dialectisch' bedoeld: sterke punten bij Flyvbjerg zijn zwakke punten bij Sawyer en omgekeerd. Welke benadering de voorkeur verdient hangt voor individuele onderzoekers af van wat ze willen verklaren (iets theoretisch of iets praktisch) maar voor de sociale wetenschappen als geheel is het pleit minder gemakkelijk te beslechten. Vandaar de voorzichtige (of genuanceerde) formulering.

donderdag 22 maart 2012

ADNG

Het Archief en Documentatiecentrum Nederlandse Gedragswetenschappen (ADNG) heeft op de voorpagina van  haar onlangs verschenen Nieuwsbrief een korte bespreking van Over de grenzen van disciplines. Het ADNG houdt de geschiedenis van de Nederlandse psychologie, pedagogiek en onderwijskunde levend, o.a. door het verzamelen van apparatuur en documenten. Zie voor meer informatie de website.

Intussen ontvang ik met enige regelmaat reacties van lezers van mijn boek. Zo schreef een HBO-docent me: 'Binnen het HBO praat men erg veel over toegepast onderzoek (...) maar ik moet constateren dat de wil om over de grenzen van de eigen discipline heen te kijken nauwelijks tot niet aanwezig is. Men wil “praktijkonderzoek” doen en in methodologisch opzicht blijft men hangen tussen de tegenstelling kwantitatief en kwalitatief onderzoek.  Reflectie op aannames of vooronderstellingen vraagt om kennis van de literatuur en niet alleen om epidemiologische analyses hoe goed die ook kunnen zijn. De belangstelling  voor “samenhang” is ver te zoeken.'  

Ik besprak Over de grenzen van disciplines ook met een groepje honoursstudenten van de Utrechtse faculteit sociale wetenschappen. Ze vonden het prettig leesbaar en voor sommigen was het een eye-opener. Een sociologiestudente schreef: 'Dit boek heeft me geïnspireerd me te verdiepen in de sociale wetenschappen en de vele kanten en takken die deze hebben. Tot nog toe was sociologie voor mij gewoon sociologie, met een beleidstak en een researchtak. Ik was volkomen onwetend over de vele zijkanten die de sociologie kent, en de mogelijkheden die er zijn met andere disciplines samen te werken.' En een ander: 'Tijdens je studie komt de geschiedenis van de sociologie nooit echt aan de orde. Het is interessant en verhelderend om dit te lezen in het boek van Ruud Abma. Dit boek zou een prima optie zijn om alle sociologen en psychologen in de begintijd van hun studie te laten lezen. Het biedt verheldering in dat waar jij zelf mee bezig bent en waarom jij daar mee bezig bent. Dat maakt de kijk op je eigen studie een stuk interessanter.'

In zijn toespraak bij de presentatie van Over de grenzen van disciplines op 6 dec. 2011 kwam FSW-decaan Willem Koops ook al met de suggestie het boek aan studenten van alle Utrechtse sociaal-wetenschappelijke opleidingen voor te schrijven. Nu de faculteit bezig is een 'brede bachelor' te ontwikkelen, ligt hier een schot voor open doel...